Er is inderdaad een reële verband, en de overgang speelt daar een duidelijke rol in. Darmbacteriën — met name bepaalde stammen van E. coli — zijn de meest voorkomende oorzaak van blaasontstekingen; ze kunnen vanuit de darm de weg naar de plasbuis vinden. Tegelijk zorgt de dalende oestrogeenspiegel rond de overgang voor een dunner en kwetsbaarder slijmvlies in vagina en plasbuis, en verandert de samenstelling van het vaginale microbioom. Die twee factoren samen maken dat veel vrouwen in en na de overgang vaker met blaasontstekingen te maken krijgen, vaak gelijktijdig met veranderende darmklachten.
Vanuit leefstijlperspectief is er hier winst te behalen: voldoende vochtinname, plassen na het vrijen, aandacht voor stoelgang (obstipatie vergroot de kans op blaasontsteking) en een gevarieerd, vezelrijk voedingspatroon dat een gezonde darm- en vaginale flora ondersteunt, kunnen allemaal bijdragen aan minder terugkerende klachten. Cranberrypreparaten en D-mannose worden vaak genoemd; het bewijs is wisselend, maar voor sommige vrouwen is het een zinvolle aanvulling naast de basis.
Laat een vermoedelijke infectie wel met urineonderzoek bevestigen voordat je een behandeltraject start, en bespreek met je huisarts of vaginale oestrogeentherapie voor jou een passende optie is — dat is een individuele afweging die goed samen met leefstijlmaatregelen kan lopen. Bij koorts, een ziek gevoel of pijn in de flank is diezelfde dag contact met de huisarts verstandig, omdat dat kan wijzen op een infectie die verder is opgestegen.
Reguliere en complementaire zorg komen hier mooi samen: infecties laten vaststellen en behandelen waar nodig, en daarnaast kijken naar vocht, stoelgang, slijmvliezen, voeding en overgangsfactoren die het onderliggende patroon beïnvloeden. Dat is ook precies waar ik in een consult graag mee help.
Bronnen:
1. The Menopause Society