Waar ben je naar op zoek?
Exocriene pancreasinsufficiëntie
De pancreas is zowel een exocrien als endocrien orgaan. De exocriene functie van de pancreas is verantwoordelijk voor de afscheiding van spijsverteringsenzymen, natriumbicarbonaat en vocht in de twaalfvingerige darm. Hoewel ook de speekselklieren, de maag en het darmwandepitheel direct van invloed zijn op de vertering, speelt de exocriene pancreas een centrale en essentiële rol in dit proces. Vermindering van de
exocriene pancreasfunctie leidt direct tot verminderde vertering en dus tot verminderde opname van voedingsstoffen en uiteindelijk ondervoeding.
Exocriene pancreasinsufficiëntie (EPI) is een aandoening die wordt veroorzaakt door verminderde secretie en activiteit van de pancreassappen, met name het spijsverteringsenzym pancreaslipase. EPI komt veel voor bij pancreasaandoeningen zoals cystis fibrosis, pancreatitis en chirurgische ingrepen van de alvleesklier en darmen.
Ook bij andere ziektebeelden zoals de ziekte van Crohn speelt exocriene pancreasinsufficiëntie een grote rol. De exocriene en endocriene functie van de pancreas gaan vaak hand in hand. Let bij EPI ook op bloedglucoseontregeling ten gevolge van de endocriene disfunctie.
Kenmerkende klachten
• Spijsverteringsklachten als gevolg van verminderde vet-, eitwit- en koolhydraatvertering, waarbij verstoring van de vetvertering (enzym lipase) vaak het meest duidelijk is
• Steatorroe: vette, plakkerige ontlasting
• Gevoel van vol-zitten, slechte doorstroming
• Opgeblazen gevoel, winderigheid
• Hoofdpijn
• Slechte opname van vetzuren en vetoplosbare nutriënten (o.a. vitamines A, D, E en K)
Aanpak met actieve (fyto)nutriënten
Spijsverteringsenzymen: Suppletie van pancreasenzymen (amylase, lipase, protease) wordt veelvuldig ingezet bij malabsorptie van voedingsstoffen als gevolg van pancreasinsufficiëntie. Deze behandeling is veilig, effectief en heeft weinig bijwerkingen. Het vermindert de steatorroe, de malabsorptie van vet en stopt het gewichtsverlies[1,2].
Betaïne HCl: De zuurtegraad van de maag is idealiter lager dan 3. Mensen die protonpompremmers gebruiken, hebben over het algemeen een nuchtere maag-pH tussen 5 en 7. De zure pH is nodig om verdere spijsvertering, specifiek pancreas en galblaas te activeren. Met betaïne HCl kan gericht de maag-pH worden verbeterd. Betaïne HCl is het hydrochloridezout van betaïne. Empirisch wordt betaïne HCl gebruikt om de behoefte aan maagzuur te bepalen: langzaam stapvoor-stap wordt de betaïne HCl verhoogd bij de maaltijden totdat een ongemakkelijk gevoel wordt opgemerkt door de cliënt. Door net één dosering lager te doseren, wordt de cliënt optimaal ondersteund[3]. Na verloop van tijd neemt meestal de behoefte aan betaïne HCl af, mits er ook gewerkt wordt op andere terreinen om de spijsvertering te ondersteunen.
Prebiotische vezels: Diverse pancreasaandoeningen zijn direct gerelateerd aan microbiële darmdysbiose. Hoewel het niet bekend is of deze associaties oorzakelijk zijn, wordt verondersteld dat darmdysbiose chronische pro-inflammatoire veranderingen in de pancreas veroorzaakt[4]. Prebiotische vezels zijn voedingsstoffen die selectief de groei van nuttige bacteriën stimuleren. Suppletie van deze vezels bevordert de microbiële diversiteit van de darmen ten gunste van de menselijke gezondheid[5].
Vetoplosbare vitamines: Mensen met (vet)verteringsproblemen hebben in het algemeen ook een tekort aan vetoplosbare vitamines A, D, E en K. Bij inname van de vetoplosbare vitamines in geëmulgeerde vorm, worden deze via de slijmvliezen opgenomen en wordt het verteringsprobleem omzeild. Dit is zeker ook het geval bij EPI[6].
Referenties
- Fieker A, Philpott J, Armand M. Enzyme replacement therapy for pancreatic insufficiency: present and future. Clin Exp Gastroenterol. 2011. DOI: 10.2147/CEG.S17634.
- Ianiro G, Pecere S, Giorgio V, et al. Digestive Enzyme Supplementation in Gastrointestinal Diseases. Curr Drug Metab. 2016. DOI: 10.2174/138920021702160114150137.
- Guilliams TG, Drake LE. Meal-Time Supplementation with Betaine HCl for Functional Hypochlorhydria: What is the Evidence? Integr Med (Encinitas). 2020. PMID: 32549862.
- Akshintala CS, Talukdar R, Singh VK, et al. The Gut Microbiome in Pancreatic Disease. Clin Gastroenterol Hepatol. 2018. DOI: 10.1016/j.cgh.2018.08.045.
- Enam F, Mansell TJ. Prebiotics: tools to manipulate the gut microbiome and metabolome. J Ind Microbiol Biotechnol 2019. DOI: 10.1007/s10295-019-02203-4.
- Keller J, Layer P. The Pathophysiology of Malabsorption. Viszeralmedizin. 2014. DOI: 10.1159/000364794.